Wetgeving en jurisprudentie

Het €38-rechtsvermoeden uit het VBAR uitgelegd

Het Wetsvoorstel VBAR introduceert een rechtsvermoeden van werknemerschap bij tarieven onder €38 per uur. Dat betekent: bij dit tarief wordt aangenomen dat sprake is van een arbeidsovereenkomst, tenzij de opdrachtgever het tegendeel aantoont.

Redactie WetDBA ScanGepubliceerd op Bijgewerkt op

Wat is een rechtsvermoeden?

Een rechtsvermoeden draait de bewijslast om. Normaal moet wie iets stelt het bewijzen. Bij een rechtsvermoeden wordt iets aangenomen totdat de tegenpartij het ontkracht.

Bij het VBAR-rechtsvermoeden geldt: bij tarief onder €38 wordt werknemerschap aangenomen. De opdrachtgever moet dan aantonen dat het toch om een opdracht ging.

Hoe wordt de €38-grens berekend?

Het tarief wordt berekend als de feitelijk afgesproken vergoeding per gewerkt uur, exclusief BTW. Bij een vast maandbedrag wordt teruggerekend op basis van de gangbare urenomvang.

Bij stukloon of projectbedrag wordt het tarief omgerekend op basis van de gemiddeld bestede tijd.

Hoe kun je het vermoeden ontkrachten?

  • Aantonen dat de zzp'er meerdere opdrachtgevers heeft in dezelfde periode
  • Aantonen van substantieel commercieel risico (debiteuren, investering, aansprakelijkheid)
  • Bewijs van eigen materieel en bedrijfsmiddelen
  • Eigen acquisitie en presentatie als zelfstandig ondernemer
  • Vervangingsrecht dat ook daadwerkelijk wordt gebruikt

Wanneer treedt het rechtsvermoeden in werking?

Het Wetsvoorstel VBAR is in 2026 in behandeling. Verwachte invoering: 1 januari 2027. Tot die tijd geldt de €38-grens als sterk indicatief in het kader van de Wet DBA.

Veelgestelde vragen

Vragen die lezers stellen over het €38-rechtsvermoeden uit het vbar uitgelegd.

Start vandaag uw gratis Wet DBA scan

Beoordeel binnen 10 minuten of uw zzp-relatie risico loopt op schijnzelfstandigheid. Geen account, geen creditcard.