Wetgeving en jurisprudentie
Zelfstandigenwet, laatste ontwikkelingen
De Zelfstandigenwet, opgegaan in het Wetsvoorstel VBAR, herziet het wettelijk kader voor zzp-arbeid. De belangrijkste wijzigingen: een W/Z-toetsingskader, een rechtsvermoeden van werknemerschap bij tarieven onder €38 per uur en heldere ondernemerschapscriteria.
Gecontroleerd aan de hand van officiële bronnen (Rijksoverheid, Belastingdienst, rechtspraak.nl). Dit is voorlichting, geen juridisch advies.
Wat is de huidige status?
Het oorspronkelijke Wetsvoorstel VBAR is gesplitst. Het rechtsvermoeden-deel is als apart wetsvoorstel (36783) in behandeling bij de Tweede Kamer, met beoogde inwerkingtreding 1 juli 2026. Dat is nog afhankelijk van de behandeling in Tweede en Eerste Kamer en dus nog geen geldend recht.
Tot de invoering geldt de Wet DBA met het Deliveroo-toetsingskader. De Belastingdienst handhaaft actief sinds 1 januari 2025.
Kernpunten van het VBAR
- Wettelijk W/Z-toetsingskader (werken-onder-gezag versus zelfstandigheid)
- Rechtsvermoeden werknemerschap onder €38 per uur
- Ondernemerscontra-indicatie als kantelfactor
- Helderdere definities voor ondernemerschap
- Beëindiging van het modelovereenkomstensysteem voor nieuwe relaties
Wat verandert er voor opdrachtgevers?
Opdrachtgevers moeten per relatie kunnen aantonen dat de werkrelatie binnen het W/Z-kader past. Bij tarieven onder €38 per uur draagt de opdrachtgever bewijslast.
Het bestaande dossierprincipe wordt versterkt: een onderbouwd risicoassessment per relatie wordt feitelijk verplicht.
Wat verandert er voor zzp'ers?
Zzp'ers krijgen meer juridische zekerheid: wanneer de tariefondergrens wordt overschreden en ondernemerschap aantoonbaar is, blijft de zelfstandige status overeind.
Bij lagere tarieven kan een zzp'er een verzoek doen om als werknemer te worden behandeld op basis van het rechtsvermoeden.