Wetgeving en jurisprudentie
Het Uber-arrest in 5 minuten
In het Uber-arrest oordeelde de Hoge Raad dat Uber-chauffeurs werknemers zijn, niet zzp'ers. Het arrest bevestigt dat platforms die tarieven, routes en klantcontact eenzijdig regelen, een arbeidsovereenkomst tot stand brengen met hun werkenden, ongeacht het contract.
Wat was de Uber-zaak?
FNV stelde dat Uber-chauffeurs feitelijk werknemers zijn. Uber stelde dat het slechts een bemiddelend platform is. De rechtbank Amsterdam en het Hof gaven FNV gelijk; de Hoge Raad bevestigde dit in 2025.
De Hoge Raad wees op de eenzijdige tariefbepaling, het algoritmische gezag (rit-toewijzing, score-systeem) en het ontbreken van eigen onderhandelingsruimte.
Wat is 'modern werkgeversgezag'?
De Hoge Raad erkende in dit arrest expliciet dat gezag ook indirect kan zijn: via algoritmes, rating-systemen, prijsbepaling en accountschorsingen. Dit moderne werkgeversgezag is even zwaarwegend als directe instructie.
Voor platform-economieën betekent dit dat de juridische ruimte voor zzp-constructies fors is ingeperkt.
Wat zijn de gevolgen voor platforms?
- Platforms moeten hun werkrelaties opnieuw kwalificeren
- Bij eenzijdige tariefbepaling en algoritmisch gezag is werknemerschap waarschijnlijk
- Naheffingen tot vijf jaar terug zijn mogelijk
- Werkenden krijgen toegang tot werknemersrechten met terugwerkende kracht
Wat betekent het buiten de platformeconomie?
Het arrest beïnvloedt ook traditionele opdrachtgevers die eenzijdig tarieven bepalen, taken toewijzen en klantcontact regelen. Denk aan bemiddelingsbureaus in de zorg, transport en horeca.
Conclusie: bij eenzijdige sturing is er gezag, en bij gezag is er een dienstverband, ongeacht de naam van de constructie.